Wat is nu (hoog)begaafdheid?
Kenmerken van hoogbegaafdheid
Kenmerken met betrekking tot het gedrag zijn:
- Geestelijk voorlopen op leeftijdsgenootjes
- Sterk rechtvaardigheidsgevoel hebben
- Perfectionistisch zijn
- In staat zijn tot zelfreflectie
- Zoekt ontwikkelingsgelijken (peers) en vindt die veelal in oudere kinderen
- Accepteert regels en tradities niet klakkeloos, maar stelt ze ter discussie
- Heeft grote behoefte aan autonomie
Mocht uw kind op een groot aantal van deze kenmerken positief scoren dan kan er sprake zijn van (hoog)begaafdheid.
Cognitie en zijnsluik
De persoonskenmerken zijn:
- Hoge intellectuele capaciteiten (volgens afspraak een IQ van meer dan 130)
- Een sterke motivatie
- Creërend denkvermogen
Als deze 3 factoren aanwezig zijn dan kan er sprake zijn van hoogbegaafdheid.
De 3 sociale-omgevingsfactoren die van belang zijn:
- Het gezin
- De peers, ofwel ontwikkelingsgelijken.
Dit kunnen dus ook oudere kinderen zijn als het kind daar een klik mee heeft.
- De school
Een kind met kenmerken van (hoog)begaafdheid kan tot grote prestaties komen als er rust is tussen de 6 genoemde factoren. Als er onrust is bij één of meer van deze factoren, dan kan dat een gezonde ontwikkeling in de weg staan.
Tessa Kieboom en Kathleen Venderickx (literatuur 3) hebben de begrippen denkluik en zijnsluik geïntroduceerd. De persoonskenmerken vallen vooral in het denkluik, de sociale-omgevingsfactoren vooral in het zijnsluik.
Het zijn veelal de zijns-kenmerken die kunnen wringen om tot bloei te kunnen komen: perfectionisme, een sterk rechtvaardigheidsgevoel, gevoelig zijn voor prikkels, een kritische instelling hebben en autonomie zoeken. Hieronder staat één van de vele afbeeldingen die deze zijns-kenmerken laten zien en hoe ze zich kunnen manifesteren
Deze zijns-kenmerken kunnen de oorzaak zijn dat het lijkt alsof het kind niet wil, dwars is of als eigenwijs overkomt. Door samen na te gaan wat de beweegredenen van het kind zijn om het niet-gewenste gedrag te vertonen, kan er een plan van aanpak opgesteld worden.
Naast dit model zijn er ook nog andere modellen zoals het model van Heller (literatuur 4) en het Delphi-model (literatuur 1). Ook deze beschrijven de persoonskenmerken en de interactie met de omgeving.
Uitdagingen / embodio’s
Een kind kan ook vastlopen door valkuilen die het kan tegenkomen en wat Tijl Koenderink (literatuur 5) in zijn boek de 7 uitdagingen noemt:
- Overtuigingen zoals “ik kan het toch niet”
- Geheugen
- Motivatie
- Frustratietolerantie: “saai” als het te gemakkelijk is, maar ook “saai” als het te uitdagend is
- Samenwerken: “mijn klasgenoten begrijpen me niet”
- Zelfstandig werken
- Wegwerken van hiaten
(stof die niet goed begrepen is maar in het begin nog geen problemen gaf).
Kieboom en Venderickx (literatuur 6) hebben het concept van de embodio’s geïntroduceerd, uit het Griekse woord ‘empódio’ (εμπόδιο) ofwel hindernis en komen tot 11 stuks:
- Zichzelf als norm zien
- Iets bereiken kost tijd
- Communicatie
- Comfort-zone verlaten
- Een fout moet triggeren om het beter te doen
- De lege toolbox
- Heftige emoties
- Overpresteren
(het altijd beter willen of zelfs moeten doen van zichzelf, de lat steeds hoger leggen)
- Weerstand
- Sociale omgang
- Anders zijn
Deze uitdagingen zijn vaak onbewust aanwezig en komen bij alle mensen voor. Omdat iedereen uniek is zal het verschillen met welke embodio’s je geconfronteerd wordt.
Bij mensen met kenmerken van (hoog)begaafdheid verwacht je ze misschien niet omdat ze ‘juist zo slim’ zijn. Maar juist als je slim bent heb je misschien nooit geleerd hoe je met deze uitdagingen moet omgaan: je wilt wel maar weet niet hoe.
Het uitzoeken met welke uitdagingen het kind te maken heeft is het startpunt van het traject om tot ontwikkeling en groei te komen. Kieboom en Venderickx trekken een parallel met sport. Als een sporter gevoelig is voor bepaalde blessures, dan kan hij oefeningen en trainingen doen om de blessuregevoeligheid te verminderen. Door goed te kijken welke uitdagingen er zijn, kun je leren om met die uitdagingen om te gaan.
Zijn alle slimmeriken hetzelfde?
Alle mensen zijn verschillend. Dit geldt dus ook voor mensen met kenmerken van (hoog)begaafdheid. Persoonlijkheid is een resultaat van aanleg en ervaring zoals we in het model van Mönks en Renzulli hebben gezien. Bij de ontwikkeling speelt de interactie van emotionele, sociale, cognitieve en fysieke factoren een rol. Betts en Neihart (literatuur 7) zijn tot 6 profielen van hoogbegaafden gekomen. Belangrijk is om te vermelden dat de omgeving altijd invloed heeft op een kind. Deze profielen zijn dus zeker niet statisch.
Een dubbel bijzondere leerling heeft naast de kenmerken van begaafdheid ook kenmerken van leer- en/of gedragsproblemen, zoals de combinatie HB en ADHD.
Mindset
Een belangrijke factor om te kunnen groeien is mindset. Heb je een ‘fixed’ of juist een ‘growth’ mindset? Ofwel, heb je een vaste of een groei mindset? Met de vaste overtuiging dat je iets niet kunt zul je niet ver komen. Als je je bedenkt dat je iets NOG niet kunt, is er ruimte voor groei. Leren van je fouten en kleine stapjes zetten helpen je vooruit. Dit laat het belang van een growth mindset zien.
Het idee van mindset is ontwikkeld door Carol Dweck (literatuur 8). Naast de juiste vaardigheden en talenten zorgt de groei mindset voor succes. Waar we in de sport al lang accepteren dat motivatie en training tot betere prestaties leiden, geldt dit ook voor cognitieve prestaties.
Onderpresteren
Sommige leerlingen met kenmerken van (hoog)begaafdheid presteren lager dan op grond van hun capaciteiten verwacht mag worden. We noemen dit onderpresteren.
Bij onderpresteren maken we onderscheid tussen twee vormen. Enerzijds is er relatief onderpresteren, waarbij de cijfers lager zijn dan verwacht, maar er geen problemen zijn om over te gaan of het diploma te halen. Anderzijds is er absoluut onderpresteren, waarbij de cijfers over de gehele linie onvoldoende zijn en de overgang naar de volgende klas niet mogelijk is. In dit geval is er zeker werk aan de winkel.
Wat kan de oorzaak van onderpresteren zijn? Cognitief getalenteerde kinderen hebben op de basisschool veelal weinig moeite hoeven doen om mooie resultaten te kunnen laten zien. Op een bepaald moment lukt dat niet meer, dit kan bij de overgang naar het voortgezet onderwijs zijn, maar zich ook later manifesteren. Waar kinderen eerst nog trucjes kunnen bedenken om te kunnen scoren, blijken deze trucjes in de loop van de tijd niet meer te werken. De executieve vaardigheden (soms ook executieve functies genoemd) zijn onderontwikkeld. Executieve vaardigheden zijn vaardigheden die iedereen gebruikt om taken te kunnen uitvoeren. Enkele voorbeelden zijn planning, tijdmanagement, volgehouden aandacht en emotieregulatie (literatuur 9).
Het kan ook zijn dat kinderen perfectionistisch zijn en maar niet aan een opdracht beginnen omdat ze ervan overtuigd zijn dat het toch niet gaat lukken. Perfectionisme, wat kan leiden tot mooie resultaten, is ongezond geworden en slaat om in faalangst.
Ook kunnen de kinderen onderduiken, waardoor ze niet opvallen in de klas. Het is voor de docent dan niet duidelijk dat het kind zijn ontwikkelingspotentieel niet goed benut
Gebaseerd op bovenstaande kunnen we de volgende uitingen zien:
- Ongeorganiseerd zijn
- Veel dagdromen
- Slechte of geen studievaardigheden hebben
- School saai of oninteressant vinden
- Traag en perfectionistisch zijn of juist snel en onnauwkeurig
- Het werk niet afmaken
- Te hoge of juist te lage doelen stellen
- Niet kunnen omgaan met slechte resultaten
Literatuur
Enige literatuur over dit onderwerk is hier gegeven. Voor kinderen is het boekje ‘De hoogbegaafdheid survivalgids’ een leuke introductie waarin ze zichzelf kunnen leren herkennen.
1) Maud Koopman - van Thiel: Hoogbegaafd. Dat zie je zó. Oya Productions (2008)
2) https://www.projecttalent.be/thema/begaafdheid/artikel/8-meerfactorenmodel-van-monks
3) Tessa Kieboom: Hoogbegaafd, als je kind (g)een Einstein is. Uitgeverij Lanoo n.v. (2015)
4) https://talentstimuleren.nl/thema/begaafdheid/theorie-modellen/heller
5) Tijl Koenderink: De 7 uitdagingen. Novilo b.v. (2016)
6) Tessa Kieboom en Kathleen Venderickx: Meer dan intelligent. Uitgeverij Lanoo n.v. (2017)
7) George T. Betts and Maureen Neihart (2010). Revised profiles of the gifted and talented of
https://talentstimuleren.nl/?file=2867&m=1422437221&action=file.download
8) Carol S. Dweck: Mindset, de weg naar een succesvol leven. Uitgeverij SWP (2015)
9) Dawson, Guare en Dawson: Slim maar … Pubereditie. Uitgeverij Hogrefe (2015)
10) Tessa Kieboom en Danielle Verheye: De hoogbegaafdheid survivalgids. Uitgeverij Abimo (2016)





